Aantrekkelijk duurzaam renoveren

vrijdag 20 mei 2011


Een paar jaar geleden stond DHV voor de keuze: renoveren, groot onderhoud of slopen.
De gevel van het hoofdkantoor in Amersfoort was in slechte staat, maar eigenlijk voldeed het pand goed. DHV koos ervoor om te renoveren, wat slechts een kwart kostte ten opzichte van nieuwbouw, en promoveerde het gebouw direct van een G naar een A-Label.

 

2011_wk 20_Duurzaam renoveren1

 

Aan de oude gevel wordt in Amersfoort met weinig sentiment teruggedacht.
"Het pand voldeed in de basis, maar was echt een bouwwerk uit de zeventiger jaren, zowel qua uiterlijk als energetisch", vertelt Leo Janssen, projectdirecteur bij DHV. "Alleen de begane grond was voorzien van dubbelglas en we beschikten over een HR-ketel. De gevel op de eerste en tweede etage was opgetrokken uit hout met een ongeïsoleerde borstwering van asbesthoudende beplating en enkel glas. Daarnaast had de gevel donker getint glas, waardoor je aan het eind van de dag verrast opkeek als de zon scheen. Door de gevel te vernieuwen is er een heel nieuwe beleving ontstaan. De buitenzijde ziet er weer bij de tijd uit en binnen zijn de kantoortuinen veel lichter en transparanter geworden."

 

 

Energie Investeringsaftrek

 

2011_wk 20_Duurzaam renoveren2Kijkend naar het kostenaspect was het geen moeilijke afweging voor DHV om te kiezen voor renovatie. "We hebben ingestoken op een grondige renovatie op nieuwbouwniveau zodat het pand weer een paar decennia meekan. De uitkomst was geen verassing: de kosten voor nieuwbouw overstegen de renovatiekosten met een factor 4.

 

Eigenlijk zijn dat de momenten dat je je erover verbaast dat er in Nederland ondanks de leegstand en het nieuwe werken nog zoveel nieuw wordt gebouwd."

 

Volgens Janssen zijn de meeste kantoorpanden - ook die uit de zeventiger jaren - bouwkundig niet slecht en zou de optie om te renoveren veel vaker gekozen moeten worden.
"Duurzaamheid begint bij de basis", legt hij uit. "Waarom slopen en nieuw bouwen als renovatie tot eenzelfde energetisch resultaat kan leiden? Én dat voor een kwart van de kosten. Door de fiscale reductie van de Energie Investeringsaftrek, EIA, is het bovendien mogelijk tien procent van de kosten terug te ontvangen. We konden een beroep doen op de energie-investeringsaftrek omdat we minstens twee stappen in label wonnen. Maar we zijn verder gegaan en hebben als eerste kantoorgebouw in Nederland de sprong van G naar A gemaakt."
Voor de EIA is het gebouw aangemeld onder code 210000. Dat is een generieke melding.
"Wat wij merkten is dat dit grote voordelen met zich meebracht, omdat niet alleen de kosten voor materialen onder regeling vallen, maar ook bijkomende kosten. Zo is niet alleen het HR++ glas subsidiabel, ook de kozijnen, de plaatsing, het slopen van de oude gevel telden mee in de EIA-berekening."

 

 

Beproefde oplossingen

 

Toch zijn de investeringen die DHV heeft gedaan qua techniek niet uitzonderlijk.
"Er is gekozen voor beproefde oplossingen. Door de combinatie van installatietechniek en bouwkundige oplossingen werd deze sprong toch mogelijk", aldus Janssen. "De nieuwe gevel werd voorzien van grote ramen met HR++ glas in aluminium kozijnen zonder koudebrug en met binnenzonwering. Door de zeshoekige vorm van het gebouw was buitenzonwering moeilijk integreerbaar. Daarnaast is een extra isolatielaag met reflectie op het dak aangebracht en hebben we de klimaatinstallatie onder handen genomen. In plaats van een luchtgedragen systeem langs de gevel, is het pand nu voorzien van een watergedragen systeem waarbij de units over het gehele vloeroppervlak zijn verdeeld. Dit heeft erin geresulteerd dat het gasverbruik met driekwart daalt en één HR-ketel met een lagetemperatuurverwarming volstaat voor de verwarming van het totale pand."

 2011_wk 20_Duurzaam renoveren3

 

Aantrekkelijk

 

In totaal was met de renovatie een bedrag van € 10 miljoen gemoeid.
Janssen: "Maar voor alle oplossingen geldt dat die zichzelf terugverdienen, ook zonder fiscale stimulans. Dat werd mogelijk door afwegingen te maken. Zo hebben we naast de HR-ketel de verlichtingslijnen - die nog goed waren - behouden. Wel hebben we aanwezigheidsdetectie toegepast, een relatief goedkope oplossing die zich snel terugverdient. Duurzaamheid wordt namelijk pas echt aantrekkelijk als het ook economisch rendabel is en dat hebben we hier weten te bewerkstelligen."

 

 

 

Archief nieuwsberichten

EPA-U advies uitgangspunt EIA-melding

 



Naar het archief