Binnenstedelijke bouwen heeft de toekomst
vrijdag 13 januari 2012
Kansen op de bouwmarkt voor de korte termijn worden
gevonden in binnenstedelijke vernieuwing. Er is nog veel te
verbeteren in steden. Daarvoor is echter een grondige herbezinning
nodig. Een andere aanpak van planning tot uitvoering.

Met de teruglopende bouwopgave in de komende jaren stelt TNO in haar
bouwprognoses tot 2016 dat de bedrijfstak zich zal moeten
aanpassen aan andere marktverhoudingen en andere werkvormen met
meer aandacht voor vervangingsvraag, stedelijke vernieuwing,
inbreiding, en energiezuinig en onderhoudsvriendelijk bouwen. Nog
steeds staat binnenstedelijk bouwen hoog op de lijst van kansen
voor het bouwbedrijf dat de komende jaren wil overleven.

Heel mooie voorbeelden van hergebruik van oude panden en nieuwe
bestemmingen voor kantoren passeren de revue. Zelfs duurzaam
hergebruik behoort tot de mogelijkheden. Het is aan de
architect veelal wel besteed om van een bestaand casco weer een
fraai nieuw pand te maken, dat een katalysator is voor het
revitaliseren van binnensteden of woonwijken die dreigen te
verloederen.
De uitgave Succesvol
Binnenstedelijk Bouwen, van het Economisch Instituut voor de
bouw (EIB) ziet perspectief in hoogwaardig binnenstedelijk
bouwen in het komende decennium. Ondanks de economische tegenwind.
Maar er moeten wel zorgvuldige keuzes gemaakt worden in bestemming
en differentiatie.
En dat maakt binnenstedelijk bouwen meer dan het tekenen, het
bouwbedrijf afstemmen op werken op kleine bouwplaatsen, en het
ontwikkelen van prefab systemen die logistiek mogelijk zijn in de
bebouwde kom. Professor Meester
Friso Zeeuw, praktijk hoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU
Delft, concludeert in een artikel zelfs: Binnenstedelijk
ontwikkelen moet op alle fronten anders.
De volgorde in de keten van beslissingen moet
anders, volgens Zeeuw. Al in het prilste stadium: Niet eerst
locaties aanwijzen, plannen en dan een markttoets uitvoeren, nee,
al vanaf het begin kijken naar de stad door de bril van de
toekomstige bewoners, ondernemers en exploitanten van
voorzieningen. Ook het eerder doorrekenen van de plannen maakt de
kans van slagen groter.
Om te kunnen slagen moet het binnenstedelijk ontwikkelproces
vraaggerichter, goedkoper, flexibeler en sneller. Daarmee komen
kosten, opbrengsten, risico's en kwaliteit beter in balans.
Binnenstedelijke plannen zullen zich op eigen financieel
economische kracht moeten kunnen redden, stelt Zeeuw, en moeten dus
op elk punt in het ontwikkelproces hoog scoren.
Naar het archief